 |
Rijk der Duizend Eilanden (deel natuurgebied)
|
De pleziervaart de hele dag voor onze neus, afgewisseld trouwens door een enkele (enorme) aak, heeft ons op de gedachte gebracht dat het huren van een bootje ook wel een aangename manier kan zijn om een dag te redden van het volkomen nietsdoen.
Welnu, bootjes verhuurt men inderdaad in Noord-Holland, hoewel niet zo overvloedig als je denkt, of hoopt, op het moment dat je zelf potentieel bootjeshuurder bent. Alkmaar, of anders de Broekerveiling, daarmee hebben we de mogelijkheden binnen een straal van vijftien kilometer wel zo'n beetje gehad.
 |
Botenhuis Broekerveiling
|
De Broeker
wat? De Broekerveiling! Vrijdag, op weg hier naartoe, waren we al door Broek op Langedijk gereden, en had Margrieta het concept Broekrveiling gelanceerd als iets dat een bezoekje waard zou zijn. Ooit een groenteveiling kennelijk, nu een museum; maar wat ons momenteel boeit zijn uitsluitend de bootjes. Een blik op de kaart laat zien dat er genoeg water is daar, al zal het ons niet lukken het Noordhollands Kanaal te bereiken, laat staan Schoorldam; maar het gaat om het varen, niet zozeer om het aanschouwen van ons hutje vanaf het water.
Het wordt de Broekerveiling. Voor het eerst sinds we hier zijn pakken we de auto, al zegt Google Maps dat het maar een half uurtje fietsen is; we willen nog wat aanvullende boodschappen doen, en trouwens is ook (twee keer) een half uur fietsen langs van schaduw verstoken wegen maar matig aanlokkelijk onder deze omstandigheden. De auto dus.
 |
Een paar rijke eilanden
|
Ook door toeval kan je soms wijzer worden. De bootjesverhuur van de Broekerveiling blijkt niet zo maar een bijverdienende nevenactiviteit van een museum te zijn: veiling en bootjes zijn één. Het gaat om de oudste groentenveiling ter wereld, waar ooit de tuinders hun kolen in bootjes naar toe voeren, lieten inspecteren en verkochten, zonder dat ze de zaak tussendoor hoefden te ontschepen. De veiling is zodoende niet veel meer dan een botenhuis. Het water er omheen, nu poëtisch "het rijk der duizend eilanden" gedoopt, was vroeger niet meer of minder dan het werkterrein van diezelfde tuinders. Voor de helft is het tegenwoordig natuurgebied, de andere helft is inmiddels bebouwd, met één of hoogstens een handvol luxueuze huizen per eilandje, en een kronkelend weggetjesnet dat natuurlijk de status "eiland" hoogst dubieus maakt maar de bereikbaarheid van de stulpjes aanzienlijk verbetert.
 |
Zwemhoekje
|
Wat een ontzettend leuk gebied! Het best vergelijkbaar met Giethoorn, waarvoor het in leeftijd van de bebouwing wel onderdoet maar dat het in een heleboel andere aspecten overtreft: prachtige tuinen, kronkelende kanaaltjes, heel veel vrijheid in routekeus, en heel veel minder toeristisch druk. Middenin een wat groter open water waarvan een hoek is afgezet voor zwemliefhebbers. Dat kan ik natuurlijk niet onbenut laten. De drukte die er heerst bestaat vooral uit lokale jeugd en gezinnen in hun eigen bootje - uiteraard heb je een boot als je hier woont. Als er al vakantiehuisjes tussen de woningen verstopt zijn, dan toch maar weinig (en in een andere prijsklasse dan onze scheepslift).
 |
Verkoeling
|
We kenden al de fietsknooppunten: ook deze vakantie bieden ze een uitstekende leidraad bij het per fiets verkennen van (de leuke routes in) een nieuw gebied. Hier en daar ben ik al eens paardrijdknooppunten tegengekomen (vond ik wat overdreven), en zoals gisteren gememoreerd raken wandelknooppunten ook wijder en wijder verbreid. Het Rijk der Duizend Eilanden voegt aan deze serie de vaarknooppunten toe, volgens exact hetzelfde principe. Erg praktisch, want het is absoluut eenvoudig hier je weg te verliezen. Opdat niemand ze zal aanzien voor fietsknooppunten zijn ze blauw in plaats van groen. Wel mag er best een keer gesnoeid worden, voordat er een archeoloog aan te pas moet komen om ze uit te graven.
Een onverwacht boeiende ervaring rijker leggen we twee uur later weer aan in het botenhuis. Het is zo mogelijk nog rustiger dan toen we arriveerden. Ergens in het gebouw wordt een veiling nagespeeld, waarschijnlijk zijn alle bezoekers nu daar. Wij daarentegen ontdekken andermaal hoe warm het is (op het water was het heel prettig) en spoeden ons terug naar de auto. Via de dichtstbijzijnde Albert Heijn, in Warmenhuizen, rijden we terug naar ons stekkie.
 |
Terug bij het botenhuis
|
Vanuit Groningen of Twente denk je aan Noord-Holland als een volle provincie. Deels terecht natuurlijk, maar ten noordan van Amsterdam is het toch snel afgelopen met de grote plaatsen. Wat wij zien zijn vooral kneuterig aandoende dorpjes, duidelijk welvarend maar niet groot. Waarschijnlijk geen toeval dat zowel Lutjebroek als Tuitje(n)horn in deze contreien te vinden zijn. Daarbij moet natuurlijk gezegd worden dat we de havenstadjes aan het IJsselmeer overslaan: Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, ga zo maar door; maar hoewel ongetwijfeld historisch rijk (in beide betekenissen) zijn ook dat geen grote conglomeraten.
In ieder geval is dit gebied nóg wel een vakantie waard: in onze actiebereidheid sterk gesmoord door temperaturen in de buurt van de dertig graden zien we van al die rijkdom nu maar een fractie. Dat gaat de komende dagen niet veranderen. Hoogstens op onze terugrit doen we nog een museumpje aan, zo houden we onszelf voor.
Briljant idee geweest dus! Lijkt me heerlijk! (als iemand anders aan de riemen zit dan )
BeantwoordenVerwijderen