Poco accellerando ma non troppo

Weer eens wat anders dan groot wild
We zijn al aardig gesetteld, weten eierdopjes en afdroogrek te vinden en hebben het juiste aantal kussens op de balkonstoelen gedrapeerd. Nu al begint het gewenste vakantiegevoel in te treden: welke weekdag is het ook weer?

De huurbazin kwam met een viertal verse eieren, waarvan één van het formaat van een eendenei. Aardig. Het is wel even inschatten hoe lang je een oversized ei moet koken dat niet uit de koelkast komt. Moderne kippen zetten meteen een versdatum op hun eieren, kunnen ze er niet ook een luikje of kijkglaasje in fabriceren? Gelukkig luncht Margrieta altijd met een groentensla waarin een hardgekookt ei een welkome aanvulling is.

Vandaag iets minder warm, onder andere dankzij een verkoelende bries. Een oostelijke weliswaar, hoe kan die verkoelend zijn? Uiteraard bevordert elke luchtbeweging verdamping en daardoor afkoeling van het lichaam, maar deze bries voelt verkoelender dan dat. Is het het IJsselmeer dat ons helpt? Dank u, IJsselmeer!

Ons balkonnetje bevindt zich op een meter of vijf van het voet- en fietspad, twee meter boven het aardoppervlak. We zitten daardoor dicht genoeg op het passerende voet- en fietsverkeer om de aandacht te trekken en het moeilijk te maken voorbij te voeten of fietsen zonder een non-verbale of verbale groet. Misschien dat het in Twente of Groningen zou lukken, maar de wijde luchten van West-Frieland bevorderen een openheid die ons heel wat "Hallo"s en een enkele "Guten Tag" oplevert. (Dat het gebied traditioneel geliefd is onder Duitse touristen hadden we al van onze huisbazin gehoord; je ziet het ook aan de kentekens en de gehelmde fietsers.)

We weten ons aardig te houden aan de zelfbelofte van inertie, maar niet zodanig dat een complete dag op het balkon bevredigt. Een middag Bergen is wel het minste dat we kunnen bedenken. Margrieta heeft zelfs in haar niet-aflatende voorbereiding een timeslot in het Museum Kranenburgh gereserveerd, het analogon van het Singer-museum in Laren dat we net een week geleden bwzochten, maar dat is toch over de grens van wat we kunnen opbrengen. De kleine vijf kilometer vormen een prima fietsafstand.

Is het Terschelling? Nee, 't zijn de Schoorler duinen!
In Bergen ontspant Margrieta zich een goed uur door winkels in en uit te lopen, ik geef de voorkeur aan het uittesten van de maximum snelheid van de Postcodefiets (en van mijzelf) in een rondje door de duinen, iets ten zuiden van onze route van gisteren. De conclusie is dezelfde als eerder: vergelijkbaar, maar uitgestrekter en geaccidenteerder dan het Terschellinger landschap. Ik kom nog door Bergen aan Zee; daar constateer ik, ook net als gisteren, dat het toch nauwelijks minder druk kan zijn dan in niet-pandemische tijden: de straten zijn absoluut volgepakt met auto's en fietsen van strandgangers.

Waar moet het naar toe met COVID? Het is duidelijk dat de statistische wenselijkheid, waarschijnlijk noodzaak, van afstand houden en monden kappen keihard botst met de persoonlijke bereidheid om op individuele basis dingen te doen en laten. Dat heeft niet alleen met ongeloof en ontkenning te maken: ik merk het bij mijzelf ook, terwijl ik de statistieken toch nauw bestudeer. Er gaapt een kloof tussen het algemene en het individuele. Welke kracht kunnen we inzetten om hierin verandering te brengen? Angst? Een beroep op moreel gedrag? Sancties op onverantwoord gedrag? Het wordt allemaal al geprobeerd, met beperkt succes. We zullen toch nog wat cykels van uitbraak en repressie door moeten voordat er nieuwe mores ingedaald zijn.

Momenteel is het de jeugd die we de schuld in de feestende schoenen kunnen schuiven; het is wel interessant dat er eigenlijk voor het eerst een harde bovengrens wordt gesteld aan het natuurlijke hedonisme van die leeftijdscategorie. Alles moet kunnen en tot voor kort kon ook alles, zodat het als een recht wordt gezien dat je moet kunnen feesten en je eigen gang gaan. Hoe draai je dat terug? We zullen het meemaken. Interesting times.

Ruïnekerk met Coronaterras
Intussen fiets ik als een bezetene om op tijd terug te zijn in Bergen. Net binnen de gestelde termijn ben ik inderdaad rond. Neergezegen aan een tafeltje bij het afgesproken restaurant begint het grote zweten. Margrieta is er nog niet, maar ik bestel toch alvast maar een Weizen. Had ik beter niet kunnen doen, want nauwelijks is de bestelling opgenomen of ze komt aangelopen en blijkt een tafeltje te hebben kunnen bemachtigen bij het Huis met de Pilaren, een oude wens van haar, uit de tijd dat Bergen een vertrouwde bestemming was voor gezin-met-kinderen.

Overstekende serveersters
Wegwerken van het biertje kost hoegenaamd geen tijd, we verkassen naar het pilarenhuis. Margrieta heeft een alleraardigst plekje gevonden tegenover de Ruïnekerk, een bezienswaardigheid in Bergen vergelijkbaar met de Gedächtniskirche in Berlijn, maar dan aangaande de Tachtigjarige en niet de Tweede Wereld-oorlog. Het gazon rond de kerk mag in Coronatijden als extra terras worden ingezet: we doen nu even niet moeilijk (en hoe draaien we dat ooit weer terug?). Voor M een pan mosselen, ik stel me met wat minder avontuurlijks tevreden.

We moeten voor half 8 weg zijn om plaats te maken voor de tweede lichting, maar dat is goed haalbaar: ruim op tijd breken we op en nemen we een iets kortere route terug naar ons lifthuisje. Daar nemen we weer plaats op ons privé-terrasje als waren we nooit weggeweest, en lezen we de rest van de avond weg.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Bezoek!

Adagio